Continentaal klimaat/landklimaat

In een continentaal of landklimaat is de invloed van zee heel gering. Het klimaat wordt meestal gekenmerkt door hete zomers en strenge winters, maar er zijn ook continentale gebieden waar de winters minder streng zijn. De meeste neerslag valt in de zomer en de dagelijkse en jaarlijkse gang in de temperatuur (verschil tussen de hoogste en laagste) is vrij groot.
Volgens de klimaatclassificatie van Köppen (Russische/Duitse bioloog en ontwerper van de klimaatclassificatie in 1918) is het landklimaaat een D-klimaat. Uitgangspunten van de klimaatclassificatie zijn de temperatuur en neerslag.

In een D-klimaat of landklimaat is de gemiddelde temperatuur van de koudste maand lager dan -3˚ en de gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10˚.

Het continentaal klimaat komt alleen voor op het Noordelijke Halfrond.

Klimaatzones van Köppen

  • A             Tropische regenklimaat
  • B             Droog klimaat  
  • Cs           Mediterraan klimaat  
  • C             Gematigd maritiemklimaat
  • D             Continentaal klimaat
  • E             Poolklimaat