Bliksem

Bliksem is een enorme elektrische ontlading in de atmosfeer die bij een onweersbui hoort.
Bliksem is een ontlading tussen negatieve en positieve lading: de aarde onder de onweersbui is positief geladen,  de onderkant van de bui is negatief geladen en de bovenkant van de bui is positief geladen.  De bovenkant van de bui is positief geladen omdat bij het bevriezen van het water een ladingscheiding optreedt. De ontlading wil dus naar beneden en boven toe, maar een kwart van de bliksems gaat naar de aarde toe. 

Bliksem kan een ontlading zijn tussen een elektrisch geladen wolk en de aarde, tussen twee of meer wolken met tegengestelde lading onderling of binnen één wolk.
Niet altijd is er bij bliksem een vonk (bliksemschicht) zichtbaar. Men ziet dan alleen de wolken oplichten en dan spreekt men van weerlicht.
De temperatuur in een ontlading loopt op tot ongeveer 30.000 graden Celsius, de gemiddelde stroomsterkte is zo’n 60 kiloampère en de spanning loopt in de miljoenen volts. Een bliksemschicht is gemiddeld 5 tot 6,5 kilometer lang en 2,5 cm in doorsnede, maar reikt soms over afstanden van meer dan 100 kilometer. In Nederland slaat de bliksem ongeveer 100.000 keer per jaar.

Bliksem is erg gevaarlijk. Men wordt dan geadviseerd om bescherming te zoeken, zeker wanneer het onweer dichtbij is en de tijd tussen de bliksem en donder minder dan 10 seconden is. 
Men kan het aantal seconden tellen tussen het zien van de bliksem en het horen van de donder om de afstand te bepalen hoe ver de bliksem verwijderd is. Het aantal seconden delen door drie is ongeveer de afstand in kilometers. Elke 3 seconden betekent namelijk  de afstand van ongeveer 1 km.

Bliksem van wolk naar wolk

Bliksem van wolk naar wolk