Thermiek

Verticaal opstijgende luchtbeweging onder invloed van door de zon opgewarmde lucht boven een vlak terrein. De zon verwarmt de aarde, die niet homogeen van samenstelling is, zoals zand of kleigrond. Hoe minder vocht de bodem bevat, hoe sneller de bodem en de lucht erboven opwarmt. De warme lucht boven de grond stijgt op. Er ontstaat dan thermiek of ook wel
thermiekbellen genoemd.
Thermiek komt vooral voor in het onderste deel van de atmosfeer.
Zweefvliegtuigen en vogels kunnen hierin al cirkelend hoogte winnen om met de gewonnen hoogte grote afstanden af te kunnen leggen.
De waterdamp in de thermiekbel kan condenseren op een hoogte waar, door de dalende temperatuur, relatieve luchtvochtigheid tot ongeveer 100 procent is gestegen. Er ontstaat dan een wolk. Door thermiek ontstaan in voldoende afgekoelde en vochtige omgevingslucht stapelwolken. We spreken dan van natte thermiek. Wanneer na opstijging van warme luchtbellen de lucht droog blijft en er geen wolken ontstaan, spreken we van droge thermiek.

De stijgsnelheid van luchtbellen wordt bepaald door het temperatuurverschil tussen de lucht in de bel en de omgevingslucht. Hoe groter het verschil, hoe groter de stijgsnelheid zal zijn.
De snelheid van thermiek wordt uitgedrukt in meters per seconde. Eén meter per seconde is ongeveer 3,6 km per uur. Gemiddelde snelheden in Nederland liggen rond de 2 m/s, maar waarden van 5 m/s worden ook vrij regelmatig gehaald. De thermiek afkomstig van centrales of, zoals in Frankrijk, graanvelden die men in brand steekt, kan sterkten bereiken van wel 15 m/s (54 km/h).
Zeer grote stijgsnelheden komen vooral voor in de buurt van buien en kunnen gevaarlijk zijn mede door de ook aanwezige daalstromen.